Laatst sloeg ik een oud dagboek open en zag de visionboard-tekeningen die ik voor dat jaar maakte, 2006. Een van de tekeningen: Ik achter mijn computer schrijvend en ik had erbij gekrabbeld dat ik de schrijfwedstrijd van het blad Esta had gewonnen.

Die wedstrijd heb ik niet gewonnen. Ik heb niet eens meegedaan. Terwijl ik toen juist heel erg bezig was met schrijven. Of misschien daarom juist. Vaak zijn de dingen die het dichtst bij je hart liggen, die je het liefst wil, de dingen die je laat liggen. Omdat het eng is. En daar word je dan erg treurig van als je er later op terugkijkt. Ik sloeg het dagboek dan ook met een zucht dicht. En met spijt … ik heb het niet eens geprobeerd!

Oké dat klopt niet helemaal, ik weet nog dat ik er één keer voor ben gaan zitten om een inzending te schrijven, 10 minuten ofzo. Je moest een beginopzetje van Renate Dorrestein af maken. Het was iets in de trant van “Ze keek in de vriezer en gaf een gil, ze zag…..”. Ik kwam niet verder dan een dooie kat. Geen inspiratie. Ik ben wat anders gaan doen en dat plaatje op mijn visionboard werd een pijnlijke reminder van hoe ik niet door heb gezet.

Een dag of wat nadat ik dat oude dagboek had doorgebladerd kreeg ik toevallig (natuurlijk niet) een mailtje met leuke boeken -en schrijftips van Kaatje Chocolaatje, een bevriende schrijfdocente. En dit keer zag ik een link naar een verhalenwedstrijd met als thema “Mijn straat”. Ik wist meteen dat ik mee moest doen. Gewoon om mee te doen. En ik wist ook al precies wat ik wilde schrijven, Ik had altijd al een keer willen schrijven over die oude dame uit mijn straat die ik als kind een keer bezocht. Dus de uitnodiging om mee te doen aan die schrijfwedstrijd, het voelde gewoon als een kwestie van “Karma Reiniging”. Het gewoon een keer wél doen.

Ik ging ervoor zitten en bleef zitten, ook toen ik na 10 minuten dacht “Sjit ik dacht dat ik kon schrijven, heb ik me dan zo vergist?”. Ik ging door. Ik wilde gewoon een “shitty first draft” af hebben. Dat is een term die ik heb geleerd van Ann Lamott, die een geweldig tof en grappig boek heeft geschreven over schrijven (Zie hier). Een shitty first draft, een eerste beroerde versie, die had ik na mijn eerste schrijfsessie. En onvoldaan klapte ik mijn laptop dicht.

En toen vergat ik het toch bijna. Om verder te gaan. Heel apart hoe dat dan weer gaat. Na drie dagen schoot het me pas weer een keer te binnen. “O ja, ik moet dat schrijfsel afmaken”. Ik merkte dat mijn innerlijke dramaqueen mijn shitty first draft al had veranderd naar het ergste schrijfsel dat ooit. Iets wat in het vuur gegooid zou moeten worden. Maar mijn innerlijke stukje dat zo met spijt terug had gekeken in een oud dagboek nam de leiding. “Je stuurt dat ding in voor die wedstrijd, al is het het slechtste wat je ooit geschreven hebt. Ik zou het dus maar snel nog wat gaan herschrijven, want het gaat gewoon gebeuren”. Gewoon-om-de-fucking-daarom, Dame! (Dit was denk ik het innerlijke strenge schooljuf stukje)

En ik herlas en herschreef. Het was zo erg nog niet. En gaandeweg werd ik zelfs enthousiast. Er leek iets te worden geopend, ik zag de goede opbouw en verhip, ik zag ineens dat ik er zowaar een bepaalde lijn in had gemaakt. En iets over mezelf had ontdekt ook nog! Dit was nu al gewoon geslaagd! Een win. Een overwinning op mezelf.

De tweede versie werd door mezelf goedgekeurd. En toen bleef het weer bijna liggen, met allerlei smoezen. Het kostte me echt nog moeite om het te publiceren en op social media te delen. Want dat moest ik dan ook nog van mezelf doen. Gelukkig weet ik wat dat is, dat stroperige ik-krijg-het-niet-voor-elkaar dat je dan voelt. Het is weerstand. Dat steekt de kop op als je je nek uit wilt gaan steken. Altijd. Maakt niet uit hoe vaak je het al hebt overwonnen. En daar moet je dan gewoon doorheen drukken, niet nadenken. “Je moet schieten om te scoren” zei Johan Cruijff. Aan die zin denk ik dan vaak. Niet perfectionistisch mieren, gewoon schieten. Hoppekee. Gepubliceerd. Bedankt Johan.

Wil je het lezen, mijn inzending?

Wil je het lezen, kijk dan hier
Als je me een like geeft daar, dan zou me dat kunnen helpen om te winnen. Niet dat het heel erg uitmaakt, maar het lijkt me best leuk op het boekenbal! 🙂